ECLI:NL:RVS:2026:3385
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens onvoldoende onderzoek risico vervolging
Appellant diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de minister van Asiel en Migratie op 14 augustus 2025 werd afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond op 19 januari 2026. Appellant stelde hiertegen hoger beroep in bij de Raad van State.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de rechtbank ten onrechte niet had onderkend dat uit de landeninformatie over Iran geen eenduidig beeld volgt over de situatie van afvalligen en atheïsten, en dat de minister zonder nader onderzoek niet mag aannemen dat er geen gegronde vrees voor vervolging bestaat. Het betoog van appellant over het risico dat hij loopt door zijn afvalligheid bij terugkeer naar Iran slaagt.
De Afdeling verklaart het hoger beroep gegrond, vernietigt de uitspraak van de rechtbank en het besluit van de minister. De minister dient een nieuw besluit te nemen rekening houdend met de actuele feiten en omstandigheden. Verder wordt de minister veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van appellant.
Uitkomst: Het besluit van de minister tot afwijzing van de asielaanvraag wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor een nieuw besluit.