ECLI:NL:RVS:2026:3390
Raad van State
- Mondelinge uitspraak
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering zorgtoeslag op basis van inkomensgegevens 2020-2021
Het hoger beroep betreft de uitspraak van de rechtbank Oost-Brabant van 5 december 2024, waarin de beroepen van appellant tegen de besluiten van 26 september 2023 ongegrond zijn verklaard. De Dienst Toeslagen had de zorgtoeslag over 2020 en 2021 vastgesteld op respectievelijk € 535,00 en € 630,00, en het teveel betaalde voorschot inclusief rente teruggevorderd.
De Afdeling overweegt dat appellant en zijn toeslagpartner een gezamenlijk toetsingsinkomen hadden van € 35.171,00 in 2020 en € 35.513,00 in 2021, zoals verkregen uit de Basisregistratie Inkomen. Dit wijkt af van het lagere inkomen waarop de voorschotten waren gebaseerd, waardoor een terugvordering gerechtvaardigd is. De rechtbank heeft terecht geoordeeld dat de Dienst Toeslagen op goede gronden is uitgegaan van deze inkomensgegevens.
Appellant voerde aan dat hij niet op de juiste wijze gelegenheid had gekregen om nadere documenten te overleggen en dat er bijzondere omstandigheden waren die matiging van de terugvordering rechtvaardigen, waaronder stress en fysieke klachten. De Afdeling wijst deze bezwaren af, stellende dat het wettelijk systeem het risico bij de aanvrager legt om het geschatte inkomen te controleren en dat de genoemde omstandigheden niet als bijzonder worden aangemerkt.
De Afdeling bevestigt daarmee het bestreden vonnis en verklaart het hoger beroep ongegrond. De Dienst Toeslagen hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de terugvordering van zorgtoeslag over 2020 en 2021 wordt bevestigd.