ECLI:NL:RVS:2026:3422
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake proceskostenvergoeding bij niet tijdig besluit machtiging voorlopig verblijf
Appellant heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op een aanvraag om een machtiging tot voorlopig verblijf. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het niet tijdig genomen besluit en legde een dwangsom op. Tevens veroordeelde zij de minister tot een proceskostenvergoeding van € 226,75.
Appellant stelde hoger beroep in tegen de hoogte van deze proceskostenvergoeding. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat de rechtbank ten onrechte een wegingsfactor van 0,25 (zeer licht) toepaste in plaats van 0,5 (licht). Hierdoor werd de proceskostenvergoeding te laag vastgesteld.
De Afdeling vernietigde het deel van het vonnis dat de minister veroordeelde tot € 226,75 en veroordeelde de minister tot een hogere proceskostenvergoeding van in totaal € 934,00, verdeeld over beroep en hoger beroep. De zaak werd als licht aangemerkt, en de griffierechten hoefden niet te worden vergoed omdat deze niet geheven waren.
Uitkomst: Hoger beroep gegrond verklaard en minister veroordeeld tot een hogere proceskostenvergoeding van € 934,00.