ECLI:NL:RVS:2026:3430
Raad van State
- Hoger beroep
- J.C.A. de Poorter
- J.Th. Drop
- J.M. Willems
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep minister tegen opheffing bewaring vreemdeling wegens non-refoulement
De minister van Asiel en Migratie stelde betrokkene op 5 februari 2026 in bewaring. Betrokkene stelde beroep in tegen deze maatregel, waarop de rechtbank Den Haag op 24 februari 2026 de bewaring ophefte en schadevergoeding toekende. De minister ging in hoger beroep tegen deze uitspraak.
De Raad van State oordeelde dat de minister in de maatregel van bewaring wel degelijk heeft beoordeeld of het non-refoulementbeginsel zich tegen uitzetting verzet, mede op basis van het gehoor waarin betrokkene verklaarde geen reëel risico te lopen op onmenselijke behandeling in Algerije. De rechtbank had dit onvoldoende onderkend.
Daarnaast had de rechtbank ambtshalve moeten toetsen of er zwaarwegende gronden waren om aan te nemen dat betrokkene een reëel risico liep op verboden behandelingen in het land van bestemming, maar uit het dossier en de schriftelijke uiteenzetting bleek dat dit niet het geval was.
De Raad van State vernietigde het vonnis van de rechtbank, verklaarde het hoger beroep gegrond en verklaarde het beroep alsnog ongegrond. Het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen en de minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: De bewaring van betrokkene blijft rechtmatig en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.