ECLI:NL:RVS:2026:3434
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens onvoldoende onderzoek risico vervolging
Appellant heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de minister van Asiel en Migratie bij besluiten van 23 en 29 april 2025 is afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond. Appellant stelde hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling oordeelde dat de rechtbank ten onrechte heeft aangenomen dat uit de landeninformatie over Iran een eenduidig beeld volgt over de situatie van afvalligen en atheïsten. De minister had nader onderzoek moeten verrichten naar het risico op vervolging van appellant vanwege haar afvalligheid. Dit verweer van appellant slaagt, waardoor het hoger beroep gegrond is.
De Afdeling vernietigt zowel de uitspraak van de rechtbank als het besluit van de minister en verwijst de zaak terug voor een nieuw besluit waarbij rekening moet worden gehouden met de actuele feiten en omstandigheden. Verder veroordeelt de Afdeling de minister tot vergoeding van de proceskosten van appellant.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, het besluit van de minister en de uitspraak van de rechtbank worden vernietigd, en de zaak wordt terugverwezen voor een nieuw besluit.