ECLI:NL:RVS:2026:3435
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens onvoldoende motivering en risico vervolging
Appellant heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de minister van Asiel en Migratie op 23 april 2025 is afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond op 12 september 2025. Appellant stelde hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling oordeelt dat de minister onvoldoende heeft gemotiveerd waarom appellant niet gelijkgesteld kan worden aan andere leden van dezelfde politieke groep die wel een vergunning kregen, waarmee het gelijkheidsbeginsel niet juist is toegepast. Daarnaast is onvoldoende onderzocht of appellant als afvallige bij terugkeer naar Iran een gegronde vrees voor vervolging heeft, terwijl landeninformatie hierover geen eenduidig beeld geeft.
De Afdeling verklaart het hoger beroep gegrond, vernietigt het vonnis van de rechtbank en het besluit van de minister, en verwijst de zaak terug voor een nieuwe beslissing. Tevens wordt de minister veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van appellant.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, het besluit en de uitspraak van de rechtbank worden vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor een nieuwe beslissing.