ECLI:NL:RVS:2026:3439
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen beëindiging opvang in Landelijke Vreemdelingenvoorziening
Verzoekers zijn geïnformeerd door de minister van Asiel en Migratie dat hun opvang in de Landelijke Vreemdelingenvoorziening per 1 januari 2025 wordt beëindigd. Tegen deze beslissing hebben zij bezwaar gemaakt, dat door de minister ongegrond werd verklaard. Vervolgens stelde de rechtbank de beroepen van verzoekers eveneens ongegrond. Verzoekers gingen in hoger beroep en vroegen de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter overweegt dat het hoger beroep nader onderzoek vereist en dat de voorlopige voorziening nodig is om de belangen van verzoekers te waarborgen. Daarom wordt bepaald dat verzoekers aanspraak houden op hun huidige opvang totdat de Afdeling bestuursrechtspraak op het hoger beroep heeft beslist.
Daarnaast wordt de minister veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten die verzoekers hebben gemaakt in verband met de behandeling van het verzoek om voorlopige voorziening, een bedrag van € 934,00, toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
Uitkomst: Verzoekers behouden hun recht op opvang totdat het hoger beroep is beslist en de minister wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.