ECLI:NL:RVS:2026:3443
Raad van State
- Mondelinge uitspraak
- Rechtspraak.nl
Bevestiging gebruikswijziging bedrijfswoning naar burgerwoning zonder negatieve gevolgen
Het hoger beroep van appellante tegen de uitspraak van de rechtbank Oost-Brabant van 13 mei 2024 is ongegrond verklaard door de Raad van State. De Afdeling Bestuursrechtspraak bevestigt dat de omgevingsvergunning slechts een wijziging van het gebruik van een bedrijfswoning naar een burgerwoning mogelijk maakt, zonder dat de woning wordt gewijzigd of uitgebreid.
De Raad overweegt dat de geluidsnormen uit het Activiteitenbesluit milieubeheer nog steeds van toepassing zijn en dat de omschakeling naar een burgerwoning geen extra geluidsgevoelige functie oplevert. De woning was al een geluidsgevoelig object volgens artikel 2.17 van het Activiteitenbesluit. Er is geen sprake van geluidshinder door de bedrijfsvoering, mede omdat er geen klachten zijn en de achtergevel een geluidsafschermende werking heeft.
Daarnaast oordeelt de Afdeling dat er geen uitbreidingsmogelijkheden zijn richting de woning, aangezien het perceel vrijwel volledig bebouwd is en het bouwvlak geen ruimte biedt voor uitbreiding. Verhoging van de bestaande bebouwing is beperkt door omliggende woningen. Het hoger beroep wordt verworpen en het college hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.