ECLI:NL:RVS:2026:3468
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening inzake beëindiging opvang in Landelijke Vreemdelingenvoorziening
De minister van Asiel en Migratie heeft betrokkene per brief van 8 oktober 2024 geïnformeerd dat de opvang in de Landelijke Vreemdelingenvoorziening per 1 januari 2025 wordt beëindigd. Betrokkene maakte bezwaar tegen dit besluit, dat de minister op 21 augustus 2025 niet-ontvankelijk verklaarde. De rechtbank verklaarde het beroep van betrokkene gegrond, vernietigde het besluit en bepaalde dat de minister binnen zes weken een nieuw besluit op bezwaar moet nemen.
De minister stelde hiertegen hoger beroep in bij de Raad van State en verzocht om een voorlopige voorziening om uitvoering van de uitspraak van de rechtbank op te schorten. De voorzieningenrechter heeft dit verzoek toegewezen en bepaald dat de minister geen nieuw besluit op bezwaar hoeft te nemen voordat de Raad van State op het hoger beroep heeft beslist.
De voorzieningenrechter heeft de belangen van beide partijen afgewogen en geoordeeld dat het belang van de minister bij opschorting zwaarder weegt. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden. De uitspraak is gedaan op 17 juni 2026 door mr. J.H. van Breda, voorzieningenrechter.
Uitkomst: De minister hoeft geen nieuw besluit op bezwaar te nemen voordat de Raad van State op het hoger beroep heeft beslist.