ECLI:NL:RVS:2026:3469
Raad van State
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Verzoek om wraking van lid geheimhoudingskamer zonder motivering buiten behandeling gelaten
Op 4 juni 2026 heeft verzoeker een verzoek ingediend om wraking van mr. E.J. Daalder, lid van de enkelvoudige geheimhoudingskamer, belast met de behandeling van zaak nr. 202304224/5/A2. Verzoeker heeft echter geen gronden vermeld die de indruk van vooringenomenheid of partijdigheid van de staatsraad onderbouwen. Wel verzocht hij om een termijn van zes maanden om deze gronden alsnog in te dienen.
De wrakingskamer van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State overweegt dat op grond van artikel 8:15 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) een rechter kan worden gewraakt indien feiten of omstandigheden de rechterlijke onpartijdigheid kunnen schaden. Echter, volgens artikel 3, vierde lid, van de Wrakings- en verschoningsregeling bestuursrechterlijke colleges 2022 kan een niet-gemotiveerd wrakingsverzoek zonder zitting worden afgewezen.
Omdat het verzoek niet gemotiveerd is en verzoeker voldoende tijd heeft gehad om gronden aan te dragen, ziet de wrakingskamer geen aanleiding om een termijn te stellen voor het alsnog indienen daarvan. Het verzoek wordt daarom zonder zitting buiten behandeling gelaten. De beslissing is uitgesproken op 16 juni 2026 door voorzitter P.H.A. Knol en leden M. Soffers en J.H. van Breda, in aanwezigheid van griffier T.W.A. Weber.
Uitkomst: Het verzoek om wraking wordt buiten behandeling gelaten wegens het ontbreken van motivering.