ECLI:NL:RVS:2026:3470
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening inzake beëindiging opvang in Landelijke Vreemdelingenvoorziening
De minister van Asiel en Migratie heeft betrokkenen bij brieven van 8 oktober 2024 geïnformeerd over de beëindiging van de opvang in de Landelijke Vreemdelingenvoorziening per 1 januari 2025. Vervolgens verklaarde de minister bij besluiten van 21 augustus 2025 en 11 september 2025 de bezwaren van betrokkenen ongegrond. De rechtbank heeft op 24 april 2026 deze besluiten vernietigd en de minister opgedragen binnen zes weken nieuwe besluiten te nemen.
De minister stelde hiertegen hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en verzocht om een voorlopige voorziening om uitvoering van het vonnis van de rechtbank op te schorten. De voorzieningenrechter heeft op 17 juni 2026 besloten dat de minister geen nieuwe besluiten op bezwaar hoeft te nemen totdat het hoger beroep is beslist.
De belangen van zowel de minister als de betrokkenen zijn afgewogen, waarbij de voorlopige voorziening werd getroffen zonder dat de minister proceskosten hoeft te vergoeden. De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter J.H. van Breda in aanwezigheid van griffier L.S. van den Oosterkamp.
Uitkomst: De minister hoeft geen nieuwe besluiten op bezwaar te nemen totdat het hoger beroep is beslist.