ECLI:NL:RVS:2026:3477
Raad van State
- Hoger beroep
- J.M. Willems
- M. den Heyer
- M.C. Stoové
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing compensatie kinderopvangtoeslag voor arbeidsongeschikte aanvrager
Appellante maakte in de jaren 2011, 2013 en 2014 gebruik van een gastouderbureau en ontving voorschotten kinderopvangtoeslag die later deels werden teruggevorderd. De Dienst Toeslagen concludeerde in het kader van de hersteloperatie toeslagen dat appellante vooringenomen was behandeld, maar geen recht had op compensatie omdat zij evident geen recht had op kinderopvangtoeslag. Dit was gebaseerd op een arbeidsdeskundig rapport uit 2006 waaruit bleek dat zij 80-100% arbeidsongeschikt was en geen re-integratietraject volgde.
Appellante betoogde dat zij recht had op compensatie omdat zij vertrouwde op mededelingen van het gastouderbureau en eerdere toekenningen van toeslag in 2009-2011. De Afdeling oordeelde dat appellante niet aannemelijk had gemaakt dat de onregelmatigheden niet aan haar toerekenbaar waren. Zij had zich moeten informeren over haar recht op toeslag, zeker gezien haar arbeidsongeschiktheid en het ontbreken van een re-integratietraject.
De Afdeling bevestigde dat de Dienst Toeslagen terecht geen compensatie toekende op grond van artikel 2.1 van de Wet hersteloperatie toeslagen. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van compensatie voor kinderopvangtoeslag bevestigd.