ECLI:NL:RVS:2026:348
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- A. Kuijer
- C.M. Wissels
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke uitspraak over openbaarmaking documenten recreatieterrein Soest
De zaak betreft een hoger beroep van appellant tegen besluiten van het college van burgemeester en wethouders en de burgemeester van Soest over de openbaarmaking van documenten op grond van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) met betrekking tot een recreatieterrein met recreatiewoningen.
Appellant was eigenaar van het terrein en stelde dat het college zijn beleid inzake niet-recreatief gebruik van de woningen had gewijzigd. Hij verzocht om openbaarmaking van diverse documenten over het recreatieterrein, de burgemeester en handhavingsbeleid. De rechtbank oordeelde dat de zoekslagen van het college en burgemeester op enkele punten onvoldoende waren en bepaalde documenten onterecht niet openbaar waren gemaakt.
In hoger beroep bevestigt de Afdeling de rechtbankuitspraak voor zover aangevallen, maar verklaart het beroep tegen het besluit van 29 april 2024 gegrond vanwege onvoldoende motivering over de zoekslag naar relevante documenten. De Afdeling draagt op tot een nieuw besluit binnen acht weken en bepaalt dat tegen dat besluit alleen beroep bij haar kan worden ingesteld.
Verder oordeelt de Afdeling dat het college en burgemeester voldoende hebben gedaan om verwijderde mailboxen terug te halen en wijst het betoog over vooringenomenheid af. De redelijke termijn is met ruim vijf maanden overschreden, waarvoor een schadevergoeding van €500 wordt toegekend. Ook worden proceskosten van €1.399,10 aan appellant toegekend.
Uitkomst: De uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd, het besluit van 29 april 2024 wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering, en de burgemeester moet binnen acht weken een nieuw besluit nemen.