ECLI:NL:RVS:2026:3485
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing handhavingsverzoek tegen parkeren en snelheid op trottoir in Hoogeveen
Appellant verzocht het college van burgemeester en wethouders van Hoogeveen om handhavend op te treden tegen auto's die geparkeerd stonden op het verharde deel van een groenstrook voor een oprit en tegen buren die met hoge snelheid over het trottoir en fietspad reden. Het college wees dit verzoek op 19 april 2023 af en verklaarde het bezwaar van appellant op 31 oktober 2023 ongegrond. De rechtbank bevestigde deze afwijzing in februari 2025.
In hoger beroep betoogde appellant dat het college wel bevoegd was om op te treden op grond van artikel 170 van Pro de Wegenverkeerswet 1994 en bepalingen uit het Reglement Verkeersregels en Verkeerstekens 1990. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde echter dat artikel 170 alleen Pro betrekking heeft op het verwijderen van stilstaande voertuigen indien dit noodzakelijk is voor de veiligheid op de weg, wat appellant niet aannemelijk had gemaakt.
Daarnaast bood artikel 19 van Pro de Algemene Plaatselijke Verordening 2007 van Hoogeveen geen grondslag voor handhaving omdat onvoldoende was gebleken van een belemmering van het uitzicht voor het wegverkeer. De Afdeling verwierp ook de herhaalde gronden over het gelijkheidsbeginsel en dwangsommen. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd dat het college geen bevoegdheid heeft om handhavend op te treden.