ECLI:NL:RVS:2026:3522
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake proceskostenvergoeding bij niet tijdig besluit asielverblijfsvergunning
Appellant stelde beroep in tegen het niet tijdig nemen van een besluit op zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het niet tijdig genomen besluit, en legde de minister een dwangsom en een proceskostenvergoeding van € 233,50 op.
Appellant ging in hoger beroep tegen de hoogte van de proceskostenvergoeding. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat de rechtbank onjuist een wegingsfactor van 0,25 (zeer licht) had toegepast in plaats van 0,5 (licht). Hierdoor werd de proceskostenvergoeding te laag vastgesteld.
De Afdeling vernietigde het deel van het vonnis dat de proceskostenvergoeding bepaalde en veroordeelde de minister tot een hogere vergoeding van in totaal € 934,00, verdeeld over beroep en hoger beroep. De zaak werd als licht aangemerkt, passend bij de aard van het hoger beroep.
Uitkomst: De Afdeling bestuursrechtspraak vernietigt het vonnis van de rechtbank voor zover het de proceskostenvergoeding betreft en veroordeelt de minister tot een hogere proceskostenvergoeding van € 934,00.