ECLI:NL:RVS:2026:3525
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- M. den Heyer
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitvoering vernietigd besluit verblijfsvergunning asiel
De minister van Asiel en Migratie wees op 3 december 2024 de aanvraag van betrokkene om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. Betrokkene stelde beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 18 mei 2026 het besluit vernietigde en de minister opdroeg binnen zes weken een nieuw besluit te nemen. De minister stelde hiertegen hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en verzocht om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter overwoog dat de beoordeling van de grieven nader onderzoek vereist, wat niet geschikt is voor de voorlopige voorziening. Gezien de belangen van beide partijen werd besloten dat de minister de uitspraak van de rechtbank niet hoeft uit te voeren totdat het hoger beroep is beslist. Tevens werd bepaald dat de minister geen proceskosten hoeft te vergoeden.
De uitspraak werd gedaan op 19 juni 2026 door voorzieningenrechter M. den Heyer in aanwezigheid van griffier T. Toonen. Deze voorlopige voorziening voorkomt dat de minister het vernietigde besluit moet uitvoeren voordat de Raad van State een definitief oordeel geeft.
Uitkomst: De minister hoeft de uitspraak van de rechtbank niet uit te voeren totdat het hoger beroep is beslist.