202404433/1/A3.
Datum uitspraak: 21 januari 2026
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak op het hoger beroep van:
[appellant], wonend in Nijmegen,
appellant,
tegen de mondelinge uitspraak van de rechtbank Gelderland van 3 juli 2024 in zaak nr. 23/3324 in het geding tussen:
[appellant]
en
de raad van de gemeente Nijmegen.
Procesverloop
Bij besluit van 21 december 2022 heeft de raad aan een deel van de openbare ruimte van het type ‘weg’ in Nijmegen de naam St. Titussingel toegekend.
Bij besluit van 7 juni 2023 heeft de raad het door [appellant] daartegen gemaakte bezwaar niet-ontvankelijk verklaard.
Bij mondelinge uitspraak van 3 juli 2024 heeft de rechtbank het door [appellant] daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard.
Tegen deze uitspraak heeft [appellant] hoger beroep ingesteld.
De Afdeling heeft de zaak op een zitting behandeld op 13 oktober 2025 waar [appellant] is verschenen.
Overwegingen
Inleiding
1. De raad heeft op 21 december 2022 aan een deel van de openbare ruimte van Nijmegen de naam St. Titussingel toegekend. Het idee voor deze nieuwe naam is van [appellant] afkomstig en hij heeft deze straatnaamsuggestie doorgegeven via het gemeentelijk webformulier. Het besluit is op 27 december 2022 in het Gemeenteblad bekendgemaakt. [appellant] heeft tegen dit besluit bezwaar gemaakt. De raad heeft het bezwaar van [appellant] vervolgens kennelijk niet-ontvankelijk verklaard, omdat [appellant] volgens de raad geen belanghebbende is.
Uitspraak rechtbank
2. De rechtbank heeft geoordeeld dat de raad het bezwaar van [appellant] terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard, omdat [appellant] geen belanghebbende is in de zin van artikel 1:2 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb). Daartoe heeft de rechtbank allereerst overwogen dat [appellant] weliswaar een suggestie voor de straatnaamwijziging heeft gedaan, maar dat het besluit van 21 december 2022 hiermee geen beschikking op een aanvraag is. Het feit dat [appellant] het initiatief voor de straatnaamwijziging heeft genomen, maakt volgens de rechtbank dus nog niet dat hij om die reden belanghebbende is. Verder heeft de rechtbank vastgesteld dat [appellant] geen aanwonende van de St. Titussingel is, die als gevolg van de straatnaamwijzing zijn adresgegevens moet wijzigen of moet gedogen dat een straatnaambord aan zijn huis wordt aangebracht. De straatnaamwijziging heeft dus geen gevolgen die zien op zijn woonadres. De rechtbank heeft vastgesteld dat [appellant] erg betrokken is bij de straatnaamgeving in Nijmegen en initiatief heeft genomen voor de straatnaamwijziging van de St. Titussingel, maar daarmee geen bij het besluit rechtsreeks betrokken belang heeft. De rechtbank heeft geoordeeld dat het bezwaar daarmee kennelijk niet-ontvankelijk is en het besluit daarom ook zonder hoorzitting kon worden genomen.
2.1. Verder heeft de rechtbank vastgesteld dat [appellant] in de beroepsgronden heeft gewezen op andere gebreken in de besluitvorming. De rechtbank heeft overwogen dat zij niet toekomt aan de beoordeling van die gronden, omdat zij tot de conclusie is gekomen dat [appellant] geen belanghebbende is en de raad het bezwaar daarom al terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard.
Hoger beroep
3. [appellant] vindt dat hij wel belanghebbende bij het besluit is. Hij woont weliswaar niet aan de St. Titussingel, maar hij onderscheidt zich van andere omwonenden, omdat er sprake is van een betrokkenheid bij de straatnaamgeving in de gemeente Nijmegen. Sinds 1988 houdt [appellant] zich namelijk bezig met straatnaamgeving en vanaf 2005 is hij bezig als onderzoeker, samensteller, redacteur en vormgever van de Stratenlijst gemeente Nijmegen. Hij stelt het initiatief te hebben genomen voor de wijziging van de straatnaam naar de St. Titussingel. Volgens [appellant] kan hij vanwege zijn initiatief worden beschouwd als een persoon met een rechtstreeks bij het besluit betrokken belang. Verder vindt [appellant] dat er in bezwaar een hoorzitting had moeten plaatsvinden. Tot slot vindt [appellant] dat er gebreken kleven aan de besluitvorming en dat de rechtbank daar ten onrechte niet op is ingegaan.
Beoordeling van het hoger beroep
4. De gronden die [appellant] in hoger beroep heeft aangevoerd zijn zo goed als een herhaling van wat hij in beroep heeft aangevoerd. De rechtbank is gemotiveerd op alle gronden ingegaan. In hetgeen [appellant] heeft aangevoerd, ziet de Afdeling geen reden om die beoordeling onjuist te achten. De Afdeling kan zich vinden in het oordeel van de rechtbank en in de onder 3 en 3.1 opgenomen overwegingen, waarop dat oordeel is gebaseerd en die hierboven zijn weergegeven. Zij voegt daaraan nog toe dat ondanks dat de Afdeling begrijpt dat [appellant] een grote betrokkenheid voelt bij de straatnaamgeving in de gemeente Nijmegen en een suggestie heeft gedaan voor het wijzigen van de straatnaam naar de St. Titussingel, dit nog niet maakt dat hij belanghebbende bij dit besluit is.
Conclusie
5. Het hoger beroep is ongegrond. De Afdeling bevestigt de uitspraak van de rechtbank.
6. De raad hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
bevestigt de aangevallen uitspraak.
Aldus vastgesteld door mr. C.M. Wissels, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. I.W.M.J. Bossmann, griffier.
w.g. Wissels
lid van de enkelvoudige kamer
w.g. Bossmann
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 21 januari 2026
314-1171