ECLI:NL:RVS:2026:3543
Raad van State
- Hoger beroep
- M.J.M. Ristra-Peeters
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen proceskostenvergoeding bij niet tijdig besluit verblijfsvergunning asiel
Appellanten hebben beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op hun aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het niet tijdig genomen besluit, en legde de minister een dwangsom en een proceskostenvergoeding van € 233,50 op.
Appellanten gingen in hoger beroep tegen de hoogte van de proceskostenvergoeding. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat de rechtbank ten onrechte een wegingsfactor van 0,25 (zeer licht) toepaste in plaats van 0,5 (licht). Hierdoor werd de proceskostenvergoeding te laag vastgesteld.
De Afdeling vernietigde het deel van het vonnis dat de minister veroordeelde tot € 233,50 en veroordeelde de minister tot een hogere proceskostenvergoeding van in totaal € 934,00, verdeeld over beroep en hoger beroep. Het hoger beroep werd als licht aangemerkt, passend bij de aard van de zaak en het geschilpunt over proceskosten.
Uitkomst: De Afdeling bestuursrechtspraak verhoogt de proceskostenvergoeding aan appellanten en veroordeelt de minister tot betaling van € 934,00.