ECLI:NL:RVS:2026:3545
Raad van State
- Hoger beroep
- M.J.M. Ristra-Peeters
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen proceskostenvergoeding bij niet tijdig besluit verblijfsvergunning asiel
Appellant stelde beroep in tegen het niet tijdig nemen van een besluit op haar aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het niet tijdig genomen besluit, en legde de minister een dwangsom en een proceskostenvergoeding van € 233,50 op.
Appellant ging in hoger beroep tegen de hoogte van de proceskostenvergoeding. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat de rechtbank ten onrechte een wegingsfactor van 0,25 (zeer licht) toepaste in plaats van 0,5 (licht). Hierdoor werd de proceskostenvergoeding te laag vastgesteld.
De Afdeling vernietigde het vonnis voor zover het de proceskostenvergoeding betrof en veroordeelde de minister tot een hogere vergoeding van in totaal € 934,00, verdeeld over beroep en hoger beroep. De zaak werd als licht aangemerkt vanwege de beperkte aard van het hoger beroep. De uitspraak werd gedaan door een enkelvoudige kamer op 22 juni 2026.
Uitkomst: Hoger beroep gegrond verklaard en proceskostenvergoeding verhoogd tot € 934,00.