ECLI:NL:RVS:2026:355

Raad van State

Datum uitspraak
21 januari 2026
Publicatiedatum
21 januari 2026
Zaaknummer
202404573/1/R1
Instantie
Raad van State
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bestemmingsplan Huysbongerdweg 4 in Montfort en parkeerplaatsen

Op 21 januari 2026 heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State uitspraak gedaan in een zaak over het bestemmingsplan 'Huysbongerdweg 4 in Montfort', vastgesteld door de raad van de gemeente Roerdalen op 30 mei 2024. Het plan voorziet in de bouw van vier woningen met elk een tuin en twee parkeerplaatsen op eigen terrein. Een appellant, wonend tegenover het plangebied, heeft beroep ingesteld tegen dit besluit, omdat hij meent dat het plan onvoldoende parkeerplaatsen voorziet, wat zou leiden tot verkeersveiligheidsproblemen en geluidshinder. Hij betoogt dat de parkeernorm van 2,0 onterecht is en dat deze minimaal 2,3 zou moeten zijn, gebaseerd op aanbevelingen van het CROW.

De Afdeling heeft de zaak op 17 december 2025 behandeld. De raad heeft in zijn verweerschrift toegelicht dat de parkeerdruk in de omgeving niet toeneemt, omdat de benodigde parkeerplaatsen volledig op eigen terrein worden gerealiseerd. De Afdeling oordeelt dat de raad zich op het standpunt mocht stellen dat er geen onaanvaardbare parkeeroverlast te verwachten is. De raad heeft voldoende gemotiveerd dat er ruimte is voor acht parkeerplaatsen en dat de norm van twee parkeerplaatsen per woning gerechtvaardigd is, gezien de beperkte parkeerdruk in de kleine kern.

De Afdeling verklaart het beroep ongegrond en oordeelt dat de raad geen proceskosten hoeft te vergoeden. De uitspraak bevestigt dat het bestemmingsplan in overeenstemming is met de geldende wet- en regelgeving en dat de belangen van de appellant niet zwaarder wegen dan de belangen van de gemeente bij de uitvoering van het plan.

Uitspraak

202404573/1/R1.
Datum uitspraak: 21 januari 2026
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak in het geding tussen:
[appellant A] en [appellant B] (hierna gezamenlijk en in enkelvoud: [appellant]), wonend in Montfort, gemeente Roerdalen,
appellanten,
en
de raad van de gemeente Roerdalen,
verweerder.
Procesverloop
Bij besluit van 30 mei 2024 heeft de raad het bestemmingsplan "Huysbongerdweg 4 in Montfort" (hierna: het plan) vastgesteld.
Tegen dit besluit heeft [appellant] beroep ingesteld.
De raad heeft een verweerschrift ingediend.
De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 17 december 2025, waar [appellant], bijgestaan door mr. D. Quakernaat, rechtsbijstandverlener in Leusden, en de raad, vertegenwoordigd door mr. A.M. Driessen en L.Y. de Wild, zijn verschenen.
Overwegingen
Overgangsrecht inwerkingtreding Omgevingswet
1.       Op 1 januari 2024 zijn de Omgevingswet en de Invoeringswet Omgevingswet in werking getreden. Op grond van artikel 4.6, derde lid, van de Invoeringswet Omgevingswet blijft op een beroep tegen een besluit tot vaststelling van een bestemmingsplan waarvan het ontwerp vóór het tijdstip van inwerkingtreding van de Omgevingswet ter inzage is gelegd het recht zoals dat gold onmiddellijk vóór dat tijdstip van toepassing tot het bestemmingsplan onherroepelijk is.
Het ontwerpplan is op 22 december 2023 ter inzage gelegd. Dat betekent dat op deze beroepsprocedure het recht, waaronder de Wet ruimtelijke ordening, zoals dat gold vóór 1 januari 2024 van toepassing blijft.
Inleiding
2.       Het plangebied ligt ter hoogte van de Huysbongerdweg 4. Het plan voorziet in de bouw van in totaal vier woningen met elk een tuin en twee parkeerplaatsen op eigen terrein.
[appellant] woont aan de [locatie] direct tegenover het plangebied. Hij kan zich niet verenigen met het plan omdat het plan volgens hem in te weinig parkeerplaatsen voorziet. Daardoor vreest hij voor aantasting van de verkeersveiligheid en geluidshinder.
Toetsingskader
3.       Bij de vaststelling van een bestemmingsplan moet de raad bestemmingen aanwijzen en regels geven die de raad uit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening nodig acht. De raad heeft daarbij beleidsruimte en moet de betrokken belangen afwegen. De Afdeling oordeelt niet zelf of het plan in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening. De Afdeling beoordeelt aan de hand van de beroepsgronden of het besluit tot vaststelling van het bestemmingsplan in overeenstemming is met het recht. Daarbij kan aan de orde komen of de nadelige gevolgen van het plan onevenredig zijn in verhouding tot de met het plan te dienen doelen.
Verkeersaspecten
4.       [appellant] betoogt dat het plan in te weinig parkeerplaatsen voorziet. Volgens [appellant] is ten onrechte met een parkeernorm van 2,0 gerekend terwijl dit 2,7 zou moeten zijn. In ieder geval had volgens hem moeten worden uitgegaan van een parkeernorm van 2,3, wat de mediaan is van de bandbreedte van 1,9-2,7 parkeerplaatsen per woning die het CROW aanbeveelt voor het type woningen dat het plan mogelijk maakt. Ook in een ander geval is namelijk de mediaan gebruikt. Omdat volgens [appellant] onvoldoende parkeerplaatsen in het plangebied worden gerealiseerd, moeten bezoekers op straat parkeren en dat zorgt voor belemmeringen voor het verkeer vanwege het drukke kruispunt, een tankstation en een ijssalon nabij het plangebied.
4.1.    De Afdeling is van oordeel dat de raad zich op het standpunt mocht stellen dat geen onaanvaardbare parkeeroverlast als gevolg van het plan te verwachten is. De raad heeft toegelicht dat de parkeerdruk in de omgeving van het plangebied als gevolg van het plan niet toeneemt omdat de benodigde parkeerplaatsen volledig op eigen terrein worden gerealiseerd. Niet in geschil is dat er voldoende ruimte op het perceel is voor acht parkeerplaatsen en de raad heeft het aantal van acht benodigde parkeerplaatsen deugdelijk onderbouwd. De raad heeft gerekend met twee parkeerplaatsen per woning. De raad heeft die norm voldoende gemotiveerd. Weliswaar ligt deze norm in het onderste deel van de bandbreedte van het relevante parkeerkencijfer 1,9-2,7 parkeerplaatsen per woning, maar mede gelet op de situatie ter plaatse heeft de raad kunnen aansluiten bij de minimale norm. Daarbij wordt in aanmerking genomen dat het gaat om een betrekkelijk kleine kern met een beperkte parkeerdruk. Verder is het bezoekersparkeren verdisconteerd in de norm van twee parkeerplaatsen, zodat de raad ervan heeft mogen uitgaan dat in het plangebied voldoende parkeerplaatsen voor bezoekers worden gerealiseerd. Overigens wordt in het ter plaatse van de omgeving geldende bestemmingsplan "Kernen Roerdalen" ook een norm gehanteerd van twee parkeerplaatsen per vrijstaande woning. Dat in een ander geval niet van de minimale norm wordt uitgegaan, betekent niet dat de raad dat ook in deze situatie had moeten doen. [appellant] heeft namelijk niet aannemelijk gemaakt dat het geval waarnaar verwezen wordt een vergelijkbare situatie is.
De Afdeling volgt de raad in zijn standpunt dat het plan naar verwachting geen onaanvaardbare gevolgen heeft voor de verkeersveiligheid. Niet in geschil is dat de wegen het verkeer als gevolg van het plan kunnen verwerken. Het is niet aannemelijk dat het plan voor belemmeringen voor het verkeer zorgt vanwege ernstige toename van de parkeeroverlast. Zoals de Afdeling hiervoor heeft overwogen, heeft de raad zich namelijk op het standpunt mogen stellen dat geen onaanvaardbare parkeeroverlast als gevolg van het plan is te verwachten.
Het betoog slaagt niet.
Conclusie
5.       Het beroep is ongegrond.
6.       De raad hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
verklaart het beroep ongegrond.
Aldus vastgesteld door mr. C.H. Bangma, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. A.L. van Driel Kluit, griffier.
w.g. Bangma
lid van de enkelvoudige kamer
w.g. Van Driel Kluit
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 21 januari 2026
703-1168