ECLI:NL:RVS:2026:3573
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging bewaring vreemdeling zonder refoulementbeoordeling bij lopend claimverzoek
Appellant werd op 5 februari 2026 door de minister van Asiel en Migratie in bewaring gesteld. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen deze bewaring op 20 februari 2026 ongegrond en wees het verzoek om schadevergoeding af. Appellant ging hiertegen in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling oordeelde dat de minister terecht geen refoulementbeoordeling hoefde te maken bij de bewaringsmaatregel, omdat er nog geen claimakkoord was op het claimverzoek dat de minister bij de Duitse autoriteiten had ingediend naar aanleiding van de asielaanvraag van appellant in Duitsland. Hierdoor was er ook nog geen overdrachtsbesluit waarin de minister moest toetsen aan artikel 4 van Pro het EU-Handvest.
De Afdeling zag geen aanleiding om het hoger beroep toe te laten op grond van het belang van rechtseenheid, rechtsontwikkeling of rechtsbescherming en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. De bewaring werd niet onrechtmatig bevonden en de minister hoefde geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: De bewaring van appellant wordt bevestigd zonder dat een refoulementbeoordeling vooraf nodig was.