ECLI:NL:RVS:2026:3582
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- J.F. de Groot
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening schorsing uitspraak rechtbank inzake kinderopvangtoeslag herbeoordeling
De Dienst Toeslagen wees een aanvraag van een belanghebbende om herbeoordeling van haar recht op kinderopvangtoeslag af, omdat deze na de wettelijke termijn was ingediend. De belanghebbende voerde ernstige fysieke en psychische klachten en verlies van dierbaren aan als reden voor de te late indiening. De rechtbank oordeelde dat de Dienst Toeslagen de aanvraag toch inhoudelijk had moeten beoordelen op grond van de hardheidsclausule van de Wet hersteloperatie toeslagen (Wht).
De Dienst Toeslagen stelde hoger beroep in en verzocht de voorzieningenrechter om de uitspraak van de rechtbank te schorsen, omdat uitvoering onomkeerbare gevolgen zou hebben. De voorzieningenrechter overwoog dat het oordeel voorlopig is en niet bindend in de bodemprocedure. Na belangenafweging concludeerde de voorzieningenrechter dat het belang van de Dienst Toeslagen bij schorsing zwaarder weegt dan het belang van de belanghebbende, die niet op de zitting verscheen.
De voorzieningenrechter besloot daarom de uitspraak van de rechtbank te schorsen totdat op het hoger beroep is beslist. De Dienst Toeslagen hoeft geen proceskosten te vergoeden. De uitspraak werd gedaan op 24 juni 2026 door mr. J.F. de Groot, voorzieningenrechter.
Uitkomst: De voorzieningenrechter schorst de uitspraak van de rechtbank Amsterdam totdat op het hoger beroep is beslist.