ECLI:NL:RVS:2026:3584
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens onvoldoende onderzoek risico vervolging
Appellant heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de minister op 15 januari 2025 is afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, waarna appellant hoger beroep instelde bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling oordeelt dat uit de landeninformatie over Iran geen eenduidig beeld volgt over de situatie van afvalligen en atheïsten, ook niet voor vreemdelingen die hun overtuigingen terughoudend uiten. De minister heeft nagelaten nader onderzoek te doen naar het risico op vervolging, waardoor het standpunt dat appellant geen gegronde vrees heeft voor vervolging niet kan worden gehandhaafd.
De Afdeling verklaart het hoger beroep gegrond, vernietigt het vonnis van de rechtbank en het besluit van de minister, en beveelt dat de minister een nieuw besluit neemt rekening houdend met de actuele feiten en omstandigheden. Tevens wordt de minister veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van appellant.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard en het besluit van de minister tot afwijzing van de asielaanvraag wordt vernietigd.