ECLI:NL:RVS:2026:3603
Raad van State
- Hoger beroep
- M.J.M. Ristra-Peeters
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen proceskostenvergoeding bij niet tijdig besluit verblijfsvergunning asiel
Appellanten hebben beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op hun aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het niet tijdig genomen besluit, en legde de minister een dwangsom en een proceskostenvergoeding van € 233,50 op.
Appellanten gingen in hoger beroep tegen de hoogte van de proceskostenvergoeding. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat de rechtbank ten onrechte een wegingsfactor van 0,25 (zeer licht) toepaste in plaats van 0,5 (licht). Daarom vernietigde de Afdeling het deel van het vonnis over de proceskostenvergoeding en veroordeelde de minister tot een hogere vergoeding van € 934,00, verdeeld over beroep en hoger beroep.
De Afdeling benadrukte dat het hoger beroep uitsluitend over de proceskostenvergoeding ging en van eenvoudige aard was, waardoor de wegingsfactor 0,5 passend was. De uitspraak werd gedaan in het openbaar op 24 juni 2026 door de enkelvoudige kamer.
Uitkomst: De minister wordt veroordeeld tot een hogere proceskostenvergoeding van € 934,00 wegens niet tijdig besluit verblijfsvergunning asiel.