ECLI:NL:RVS:2026:3604
Raad van State
- Hoger beroep
- M.J.M. Ristra-Peeters
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen proceskostenvergoeding bij niet tijdig besluit verblijfsvergunning asiel
Appellant heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het niet tijdig genomen besluit, legde een dwangsom op en veroordeelde de minister tot een proceskostenvergoeding van € 233,50.
Appellant ging in hoger beroep tegen de hoogte van deze proceskostenvergoeding. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat de rechtbank ten onrechte een wegingsfactor van 0,25 (zeer licht) had toegepast in plaats van 0,5 (licht). Daarom werd het vonnis vernietigd voor zover het de proceskostenvergoeding betrof.
De Afdeling veroordeelde de minister tot een hogere proceskostenvergoeding van in totaal € 934,00, verdeeld over € 467,00 voor het beroep en € 467,00 voor het hoger beroep. De zaak werd als licht van aard aangemerkt, en het hoger beroep richtte zich uitsluitend op de proceskostenvergoeding. De uitspraak werd openbaar gedaan op 24 juni 2026.
Uitkomst: De Afdeling bestuursrechtspraak vernietigt het vonnis over de proceskostenvergoeding en veroordeelt de minister tot een vergoeding van € 934,00 aan appellant.