ECLI:NL:RVS:2026:3605
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen proceskostenvergoeding bij niet tijdig besluit verblijfsvergunning asiel
Appellant stelde beroep in tegen het niet tijdig nemen van een besluit op zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het niet tijdig genomen besluit en legde de minister een dwangsom en een proceskostenvergoeding van € 233,50 op.
Appellant ging in hoger beroep tegen de hoogte van de proceskostenvergoeding. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat de rechtbank ten onrechte een wegingsfactor van 0,25 (zeer licht) toepaste in plaats van 0,5 (licht). De Afdeling vernietigde het deel van het vonnis over de proceskostenvergoeding en veroordeelde de minister tot een hogere vergoeding van in totaal € 934,00.
De minister had op 22 mei 2026 alsnog het besluit op de aanvraag van appellant genomen en deze ingewilligd. Appellant maakte geen bezwaar tegen dit besluit, zodat er geen beroep van rechtswege ontstond. Het hoger beroep betrof uitsluitend de proceskostenvergoeding en werd als licht aangemerkt.
Uitkomst: De Afdeling bestuursrechtspraak vernietigt de proceskostenvergoeding van de rechtbank en veroordeelt de minister tot een hogere vergoeding van € 934,00.