ECLI:NL:RVS:2026:3606
Raad van State
- Hoger beroep
- M.J.M. Ristra-Peeters
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen proceskostenvergoeding bij niet tijdig nemen verblijfsvergunningbesluit
Appellant heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig opnieuw nemen van een besluit op zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het niet tijdig genomen besluit, en legde een dwangsom op aan de minister van Asiel en Migratie. Tevens veroordeelde de rechtbank de minister tot een proceskostenvergoeding van € 233,50.
Appellant ging in hoger beroep tegen de hoogte van deze proceskostenvergoeding. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat de rechtbank ten onrechte een wegingsfactor van 0,25 (zeer licht) had toegepast in plaats van 0,5 (licht). Hierdoor werd de proceskostenvergoeding te laag vastgesteld.
De Afdeling vernietigde het vonnis van de rechtbank voor zover het de proceskostenvergoeding betrof en veroordeelde de minister tot een hogere vergoeding van in totaal € 934,00, verdeeld over beroep en hoger beroep. De zaak werd als licht van aard aangemerkt, passend bij de toegepaste wegingsfactor. Het hoger beroep richtte zich uitsluitend op de proceskostenvergoeding en riep geen vragen op over Unierechtelijke bepalingen.
Uitkomst: De Afdeling bestuursrechtspraak verhoogt de proceskostenvergoeding aan appellant tot € 934,00 en vernietigt het eerdere vonnis over de proceskostenvergoeding.