ECLI:NL:RVS:2026:3608
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitvoering vernietigd besluit verblijfsvergunning asiel
De minister van Asiel en Migratie wees op 11 augustus 2025 de aanvraag van betrokkene om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. Betrokkene stelde beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 17 april 2026 het besluit vernietigde en de minister opdroeg binnen acht weken een nieuw besluit te nemen.
De minister stelde hiertegen hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en verzocht om een voorlopige voorziening om uitvoering aan de uitspraak van de rechtbank te voorkomen totdat het hoger beroep is beslist. Betrokkene gaf een schriftelijke reactie.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het niet aannemelijk is dat de uitspraak van de rechtbank in stand blijft en dat de belangen van de minister en betrokkene zodanig zijn dat een voorlopige voorziening passend is. Daarom werd bepaald dat de minister geen uitvoering hoeft te geven aan de uitspraak van de rechtbank totdat de Afdeling op het hoger beroep heeft beslist. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: De minister hoeft de uitspraak van de rechtbank niet uit te voeren totdat het hoger beroep is beslist.