ECLI:NL:RVS:2026:3619
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening schorsing uitspraak rechtbank inzake niet in behandeling nemen asielaanvraag
De minister van Asiel en Migratie nam op 6 maart 2026 het besluit om de asielaanvraag van betrokkene niet in behandeling te nemen. Betrokkene stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 26 mei 2026 het besluit vernietigde en de minister opdroeg binnen zes weken een nieuw besluit te nemen.
De minister stelde vervolgens hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en verzocht om een voorlopige voorziening om de uitspraak van de rechtbank te schorsen, zodat betrokkene tijdens het hoger beroep aan Portugal kan worden overgedragen.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het niet aannemelijk is dat de uitspraak van de rechtbank in stand blijft en dat er geen reëel risico bestaat dat betrokkene bij overdracht aan Portugal een behandeling krijgt die in strijd is met het EU-Handvest of het EVRM. Daarom werd de voorlopige voorziening toegewezen en de uitspraak van de rechtbank geschorst totdat het hoger beroep is beslist.
Uitkomst: De uitspraak van de rechtbank wordt geschorst totdat het hoger beroep is beslist.