ECLI:NL:RVS:2026:3621
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen proceskostenvergoeding bij niet tijdig besluit verblijfsvergunning asiel
Appellant stelde beroep in tegen het niet tijdig nemen van een besluit op zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het niet tijdig genomen besluit, en legde de minister een dwangsom en een proceskostenvergoeding van € 233,50 op.
Appellant ging in hoger beroep tegen de hoogte van de proceskostenvergoeding. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat de rechtbank ten onrechte een wegingsfactor van 0,25 (zeer licht) toepaste in plaats van 0,5 (licht). Daarom vernietigde de Afdeling het deel van het vonnis over de proceskostenvergoeding en veroordeelde de minister tot een hogere vergoeding van in totaal € 934,00.
De Afdeling benadrukte dat het hoger beroep uitsluitend gericht was op de proceskostenvergoeding en van eenvoudige aard was, waardoor de wegingsfactor 0,5 passend was. De uitspraak werd in het openbaar gedaan op 25 juni 2026 door lid van de enkelvoudige kamer N. Verheij.
Uitkomst: De minister wordt veroordeeld tot een hogere proceskostenvergoeding van € 934,00 aan appellant.