ECLI:NL:RVS:2026:3623
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen proceskostenvergoeding bij niet tijdig besluit verblijfsvergunning asiel
Appellant stelde beroep in tegen het niet tijdig nemen van een besluit op zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het niet tijdig genomen besluit, en legde een dwangsom op aan de minister. Tevens veroordeelde de rechtbank de minister tot een proceskostenvergoeding van € 233,50.
Appellant ging in hoger beroep tegen de hoogte van deze proceskostenvergoeding. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat de rechtbank ten onrechte een wegingsfactor van 0,25 (zeer licht) toepaste in plaats van 0,5 (licht). Hierdoor werd de proceskostenvergoeding te laag vastgesteld.
De Afdeling vernietigde het vonnis van de rechtbank voor zover het de proceskostenvergoeding betrof en veroordeelde de minister tot een hogere vergoeding van in totaal € 934,00, verdeeld over beroep en hoger beroep. De zaak werd als licht aangemerkt vanwege de eenvoudige aard van het hoger beroep. De Afdeling bevestigde dat het hoger beroep geen vragen opriep over Unierechtelijke bepalingen.
Uitkomst: De Raad van State verhoogt de proceskostenvergoeding aan appellant tot € 934,00 en vernietigt het eerdere vonnis voor zover het de proceskosten betreft.