ECLI:NL:RVS:2026:3624
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- M.J.M. Ristra-Peeters
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitvoering vernietigend vonnis verblijfsdocument EU/EER
De minister van Asiel en Migratie wees op 23 juli 2025 de aanvraag van betrokkene om een verblijfsdocument EU/EER af te geven af. Betrokkene maakte bezwaar, dat op 19 maart 2026 ongegrond werd verklaard. De rechtbank verklaarde het beroep van betrokkene op 13 mei 2026 gegrond, vernietigde het besluit en bepaalde dat de minister binnen vier weken een nieuw besluit moest nemen.
De minister stelde hiertegen hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en verzocht om een voorlopige voorziening om uitvoering van het vonnis van de rechtbank op te schorten totdat het hoger beroep is beslist.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het hoger beroep nader onderzoek vergt en dat de procedure voor een voorlopige voorziening geschikt is om de uitvoering van het vonnis tijdelijk op te schorten. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden. De voorlopige voorziening werd toegekend, waardoor de minister niet hoeft te voldoen aan het vonnis van de rechtbank totdat de Raad van State op het hoger beroep heeft beslist.
Uitkomst: De minister hoeft het vernietigende vonnis van de rechtbank niet uit te voeren totdat het hoger beroep door de Raad van State is beslist.