ECLI:NL:RVS:2026:3644

Raad van State

Datum uitspraak
24 juni 2026
Publicatiedatum
24 juni 2026
Zaaknummer
202502160/2/A3
Instantie
Raad van State
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:29 AwbArt. 2.5.4 Procesregeling bestuursrechterlijke colleges 2026
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek tot inzage in politiegegevens over appellant wegens bescherming derden en procedurele belangen

Appellant verzocht om volledige inzage in alle gegevens die de korpschef van politie over haar bezit. De korpschef gaf slechts gedeeltelijke inzage en weigerde informatie die inzicht geeft in de informatiepositie van de politie en gegevens over derden.

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft in hoger beroep beoordeeld of deze weigering gerechtvaardigd is. De korpschef overhandigde een vertrouwelijke nadere motivering die alleen door de Afdeling mocht worden ingezien, omdat openbaarmaking zou leiden tot het verstrekken van de geweigerde informatie aan appellant.

De Afdeling oordeelde dat het belang van appellant om de informatie in te zien minder zwaar weegt dan het belang van bescherming van derden en het algemeen belang. Bovendien zou verstrekking van de nadere motivering tijdens de procedure vooruitlopen op de bodemprocedure, waardoor die procedure zinloos zou worden.

Daarom werd het verzoek tot inzage afgewezen en werd besloten dat alleen de Afdeling kennis mag nemen van de vertrouwelijke stukken. De uitspraak werd gedaan door mr. E.J. Daalder, lid van de enkelvoudige geheimhoudingskamer, op 24 juni 2026.

Uitkomst: Het verzoek tot volledige inzage in politiegegevens is afgewezen vanwege bescherming van derden en het belang van een zorgvuldige bodemprocedure.

Uitspraak

202502160/2/A3.
Datum beslissing: 24 juni 2026
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Beslissing op grond van artikel 8:29, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) in het hoger beroep van:
[appellante], wonend in [woonplaats],
appellante,
tegen de uitspraak van de rechtbank Overijssel van 20 maart 2025 in zaak nr. 24/2660 in het geding tussen:
[appellante]
en
de korpschef van politie.
Procesverloop
[appellante] heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Overijssel van 20 maart 2025 in zaak nr. 24/2660.
De korpschef heeft de vertrouwelijke versie van één gedingstuk overgelegd en met verwijzing naar artikel 8:29 van Pro de Awb medegedeeld dat uitsluitend de Afdeling kennis zal mogen nemen van dit stuk.
Het betreft de nadere motivering bij het besluit op bezwaar.
[appellante] heeft een reactie ingediend.
Overwegingen
Inleiding
1.       [appellante] wil alle gegevens die de korpschef over haar heeft kunnen inzien. De korpschef heeft haar een deel laten zien, maar de gegevens die inzicht geven over welke informatie de politie beschikt en gegevens over derden heeft de korpschef geweigerd.
Verzoek
2.       De korpschef heeft de documenten waar de gegevens in staan met een nadere motivering aan de Afdeling toegestuurd. Voor de documenten met gegevens die [appellante] wil inzien, gaat de Afdeling er zonder verder onderzoek van uit dat alleen zij zelf kennisneemt van de stukken. Dat staat in artikel 2.5.4, vijfde lid, van de Procesregeling bestuursrechterlijke colleges 2026.
De korpschef heeft de Afdeling verder wegens het bestaan van gewichtige redenen verzocht te bepalen dat alleen de Afdeling van de nadere motivering waarom hij de gegevens heeft geweigerd kennis zal nemen. Als [appellante] deze nadere toelichting zou krijgen, zou zij volgens de korpschef inzage krijgen in de informatie die hij juist heeft geweigerd.
Reactie
3.       [appellante] is het er niet mee eens dat zij de informatie niet mag inzien.
Beoordeling
4.       De Afdeling acht het verzoek om beperkte kennisneming van de nadere motivering gerechtvaardigd. Hieronder legt zij uit waarom.
5.       Gelet op artikel 8:29, derde lid, van de Awb beslist de Afdeling of de weigering dan wel beperking van de kennisneming van een stuk gerechtvaardigd is. Deze beslissing vergt een afweging van belangen. Enerzijds speelt hierbij het belang dat partijen gelijkelijk beschikken over de voor het hoger beroep relevante informatie en het belang dat de bestuursrechter beschikt over alle informatie die nodig is om de zaak op een juiste en zorgvuldige wijze af te doen. Daartegenover staat dat de kennisneming door partijen van bepaalde gegevens het algemeen belang, het belang van één of meer partijen en/of het belang van derden onevenredig kan schaden.
6.       De Afdeling heeft kennisgenomen van de door de korpschef overgelegde nadere motivering over de toegepaste weigeringsgronden. De Afdeling stelt vast dat deze nadere motivering informatie bevat over de redenen waarom de korpschef geen inzage wil geven in de betreffende informatie. De korpschef stelt terecht dat als deze nadere motivering wordt vrijgegeven, [appellante] inzicht krijgt in de informatiepositie van de politie en inzage in de gegevens van derden die de korpschef heeft geweigerd. De vraag of die weigering terecht is of dat [appellante] inzage had moeten krijgen in die informatie staat ter beoordeling in het geschil in de bodemprocedure. Daarom al kan deze informatie niet gedurende de loop van de procedure aan [appellante] worden verstrekt. Met verstrekking zou namelijk worden vooruitgelopen op het oordeel van de Afdeling in de bodemprocedure; die procedure zou door de verstrekking in zoverre zinloos worden. Het belang van [appellante] weegt daarom in dit geval minder zwaar.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
wijst het verzoek toe.
Aldus vastgesteld door mr. E.J. Daalder, lid van de enkelvoudige geheimhoudingskamer, in tegenwoordigheid van mr. S.C. van Tuyll van Serooskerken, griffier.
w.g. Daalder
lid van de enkelvoudige geheimhoudingskamer
w.g. Van Tuyll van Serooskerken
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 24 juni 2026
290