ECLI:NL:RVS:2026:3647
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Bevestiging bewaring door minister van Asiel en Migratie in hoger beroep
Appellant is bij besluit van 20 mei 2026 door de minister van Asiel en Migratie in bewaring gesteld. Hiertegen stelde appellant beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 10 juni 2026 het beroep ongegrond verklaarde en het verzoek om schadevergoeding afwees.
Appellant ging in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De Afdeling overweegt dat het hoger beroep geen nieuwe vragen bevat die van belang zijn voor rechtseenheid, rechtsontwikkeling of rechtsbescherming, en dat er geen relevante vragen over Unierecht aan de orde zijn.
De Afdeling ziet ook ambtshalve geen reden om de bewaring onrechtmatig te achten en bevestigt daarom de uitspraak van de rechtbank. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de bewaring door de minister wordt bevestigd.