ECLI:NL:RVS:2026:3649
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- G.O. van Veldhuizen
- Rechtspraak.nl
Onjuiste aanbieding van huishoudelijk afval en toepassing spoedeisende bestuursdwang
Het college van burgemeester en wethouders van Den Haag heeft op 1 oktober 2025 spoedeisende bestuursdwang toegepast door een kartonnen doos te verwijderen die naast een ondergrondse afvalcontainer was aangetroffen. Het college ging ervan uit dat appellant de doos onjuist had aangeboden als huishoudelijk afval in strijd met artikel 9, eerste lid, van de Afvalstoffenverordening 2010.
Appellant betoogde dat de doos zijn privé-eigendom was en niet onbeheerd was achtergelaten, omdat hij in de nabijheid stond te wachten op zijn buurman om de doos naar de kringloopwinkel te brengen. Hij voerde ook aan dat de toezichthouder niet herkenbaar was en dat de doos geen hinder veroorzaakte.
De Raad van State oordeelde dat het college terecht aannam dat sprake was van onjuiste aanbieding van afval, omdat de doos op de openbare weg naast de afvalcontainer stond en appellant zich niet als eigenaar kenbaar maakte toen de doos werd meegenomen. Het feit dat de toezichthouder niet herkenbaar was en dat de doos geen hinder veroorzaakte, deed hieraan niet af. Het beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit tot toepassing van spoedeisende bestuursdwang wegens onjuiste aanbieding van afval is ongegrond verklaard.