ECLI:NL:RVS:2026:3655
Raad van State
- Tussenuitspraak bestuurlijke lus
- Rechtspraak.nl
Verzoek om omgevingsvergunning voor bijbehorend bouwwerk bij paardenkraamhotel afgewezen wegens strijd met bestemmingsplan
Appellante vroeg op 13 september 2023 een omgevingsvergunning aan voor het plaatsen van een bijbehorend bouwwerk bij een paardenkraamhotel op een perceel in Wilnis. Het college van burgemeester en wethouders van De Ronde Venen weigerde deze vergunning op 29 april 2024, waarna appellante beroep instelde. De rechtbank verklaarde het beroep tegen het niet tijdig bekendmaken van een vergunning niet-ontvankelijk en het beroep tegen de weigering ongegrond.
In hoger beroep betoogde appellante dat het college onterecht geen vergunning van rechtswege bekendmaakte en dat de reguliere procedure van toepassing was. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het paardenkraamhotel niet als hoofdgebouw kan worden aangemerkt, waardoor het aangevraagde bouwwerk niet als bijbehorend bouwwerk kan worden beschouwd en de uitgebreide procedure terecht werd toegepast.
Verder stelde appellante dat het college ten onrechte geen verklaring van geen bedenkingen (vvgb) aan de gemeenteraad had gevraagd. De Afdeling vond dat het college onvoldoende had gemotiveerd waarom geen vvgb nodig was, waardoor het besluit in strijd is met artikel 3:46 van Pro de Awb. De Afdeling draagt het college op binnen twaalf weken het gebrek te herstellen door alsnog te motiveren of een vvgb nodig is of de raad te verzoeken hierover te beslissen.
De Afdeling bevestigt dat het bestemmingsplan "Buitengebied-West" en de Omgevingsvisie relevant zijn voor de beoordeling van de ruimtelijke kaders. De zaak wordt geschorst tot het college het besluit heeft hersteld, waarna een einduitspraak volgt over proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: College moet besluit herstellen door motivering over verklaring van geen bedenkingen aan de raad binnen twaalf weken.