ECLI:NL:RVS:2026:3709
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- V.V. Essenburg
- J. Luijendijk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens onvoldoende motivering risico terugkeer Libië
De minister van Asiel en Migratie wees op 3 september 2024 de aanvraag van betrokkene om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af, legde een inreisverbod op en beval onmiddellijke vertrek uit de EU. Betrokkene stelde beroep in bij de rechtbank, die op 3 september 2025 het besluit vernietigde vanwege onvoldoende motivering omtrent het risico bij terugkeer naar Libië, met name in het licht van artikel 3 EVRM Pro.
De minister stelde hiertegen hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Deze oordeelde dat het hoger beroep geen nieuwe vragen van recht oplevert die de rechtseenheid, rechtsontwikkeling of rechtsbescherming in algemene zin betreffen, noch vragen over Unierecht. De Raad bevestigde daarom het oordeel van de rechtbank dat de minister onvoldoende rekening hield met de individuele situatie van betrokkene en relevante landeninformatie.
De Afdeling verklaarde het hoger beroep ongegrond en veroordeelde de minister tot vergoeding van de proceskosten van betrokkene, die geheel toe te rekenen zijn aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand. Hiermee blijft het besluit van de rechtbank in stand en moet de minister een nieuw besluit nemen met inachtneming van de uitspraak.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt het vonnis van de rechtbank en verklaart het hoger beroep van de minister ongegrond wegens onvoldoende motivering van het terugkeerbesluit.