ECLI:NL:RVS:2026:3711
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verblijfsvergunning asiel voor Gülen-aanhanger
Appellant heeft bij besluit van 24 januari 2025 een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de minister van Asiel en Migratie is afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond op 18 maart 2025. Appellant ging hiertegen in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling overwoog dat het beleid ten aanzien van asielaanvragen van Gülenisten sinds 1 december 2023 gewijzigd is en dat de minister dit beleid redelijkerwijs heeft kunnen vaststellen. De door appellant aangevoerde omstandigheden en informatie over de situatie in Turkije zijn reeds betrokken bij eerdere uitspraken en leiden niet tot een ander oordeel.
Hoewel appellant stelde dat de minister onvoldoende inzichtelijk heeft gemaakt of zij als (toegedichte) Gülen-aanhanger kan worden aangemerkt, oordeelde de Afdeling dat de rechtbank terecht heeft geoordeeld dat niet aannemelijk is dat appellant bij terugkeer een gegronde vrees voor vervolging heeft. De overige grief van appellant bevatte geen relevante rechtsvragen.
Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd met verbetering van gronden. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de verblijfsvergunning asiel wordt bevestigd.