ECLI:NL:RVS:2026:3749
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening inzake niet-behandeling aanvraag machtiging tot voorlopig verblijf
Bij besluit van 25 augustus 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid besloten een aanvraag om een machtiging tot voorlopig verblijf niet te behandelen. Betrokkenen maakten bezwaar, dat bij besluit van 8 november 2024 ongegrond werd verklaard. De rechtbank verklaarde het beroep van betrokkenen gegrond, vernietigde het besluit en bepaalde dat de minister binnen zes weken een nieuw besluit moet nemen.
De minister stelde hiertegen hoger beroep in en verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen, zodat hij de uitspraak van de rechtbank niet hoeft uit te voeren totdat het hoger beroep is beslist. De voorzieningenrechter oordeelde dat het niet aannemelijk is dat de uitspraak van de rechtbank in stand blijft en besloot daarom de voorlopige voorziening toe te wijzen.
De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden. De uitspraak werd gedaan door voorzieningenrechter M.C. Stoové op 1 juli 2026.
Uitkomst: De minister hoeft de uitspraak van de rechtbank niet uit te voeren totdat het hoger beroep is beslist.