ECLI:NL:RVS:2026:3757
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake proceskostenvergoeding terugkeerbesluit tijdelijke bescherming
Appellant werd bij besluit van 21 februari 2024 opgedragen de Europese Unie te verlaten omdat zijn tijdelijke beschermingsrecht eindigde. Dit terugkeerbesluit werd op 28 juli 2025 ingetrokken en vervangen door een nieuw besluit. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen deze besluiten ongegrond en wees geen proceskosten toe.
Appellant stelde hoger beroep in tegen het niet toekennen van proceskosten. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de intrekking van het eerste besluit een punt voor het instellen van beroep rechtvaardigt, waardoor de minister terecht veroordeeld moet worden tot vergoeding van de proceskosten.
De Afdeling vernietigde het bestreden vonnis voor zover het de proceskostenvergoeding betrof en veroordeelde de minister tot vergoeding van de proceskosten van appellant, inclusief die van het hoger beroep, met een lichte wegingsfactor vanwege de eenvoudige aard van het hoger beroep.
Uitkomst: De Afdeling bestuursrechtspraak vernietigt het vonnis van de rechtbank en veroordeelt de minister tot vergoeding van de proceskosten van appellant.