ECLI:NL:RVS:2026:3761
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitvoering vernietigend vonnis verblijfsvergunning asiel
De minister van Asiel en Migratie wees op 3 december 2025 de aanvraag van betrokkene om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. Betrokkene stelde beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 5 juni 2026 het besluit vernietigde en de minister opdroeg binnen zes weken een nieuw besluit te nemen.
De minister stelde hiertegen hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en verzocht om een voorlopige voorziening om uitvoering van het vonnis van de rechtbank op te schorten totdat het hoger beroep is beslist. Betrokkene leverde een schriftelijke reactie.
De voorzieningenrechter overwoog de belangen van beide partijen en besloot de voorlopige voorziening toe te kennen. Hierdoor hoeft de minister het vernietigende vonnis van de rechtbank niet uit te voeren totdat de Raad van State uitspraak doet in het hoger beroep. De minister is niet gehouden tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: De minister hoeft het vernietigende vonnis van de rechtbank niet uit te voeren totdat het hoger beroep is beslist.