ECLI:NL:RVS:2026:3771
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- M.J.M. Ristra-Peeters
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting in asielprocedure
Verzoeker heeft bij de minister van Asiel en Migratie een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke op 28 augustus 2025 is afgewezen met een terugkeerbesluit. De rechtbank Den Haag heeft op 31 maart 2026 het terugkeerbesluit vernietigd en de minister opgedragen de beoordeling te delen met de Griekse autoriteiten.
Tegen deze uitspraak hebben zowel de minister als verzoeker hoger beroep ingesteld. Verzoeker heeft vervolgens een voorlopige voorziening gevraagd om niet uitgezet te worden en opvang en verstrekkingen te ontvangen zolang het hoger beroep loopt.
De voorzieningenrechter oordeelt dat nader onderzoek nodig is voor de grieven en dat de belangen van verzoeker zwaarder wegen. Daarom wordt de voorlopige voorziening getroffen dat verzoeker niet wordt uitgezet totdat het hoger beroep is beslist. Tevens wordt de minister veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van verzoeker.
Uitkomst: Verzoeker mag niet worden uitgezet totdat op het hoger beroep is beslist en de minister moet proceskosten vergoeden.