ECLI:NL:RVS:2026:3776
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid beroep tegen parkeerbesluit Wilgenoord Rotterdam
Appellante woont aan de Wilgenoord in Rotterdam en maakte bezwaar tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders om parkeren half op het trottoir toe te staan. Het bezwaar werd gehandhaafd en appellante stelde beroep in tegen het besluit van 19 januari 2024. De rechtbank verklaarde het beroep niet-ontvankelijk omdat het beroepschrift te laat was ingediend.
De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigt deze uitspraak. De termijn voor het instellen van beroep eindigde op 1 maart 2024. Appellante had het beroepschrift niet per post verzonden maar in de brievenbus van de rechtbank gedeponeerd. De rechtbank stelde de ontvangstdatum vast op 4 maart 2024, buiten de termijn.
Appellante kon niet aannemelijk maken dat het beroepschrift eerder was ontvangen dan de stempeldatum. Haar verklaring en die van haar echtgenoot werden niet als voldoende bewijs geaccepteerd. Ook het bewijsaanbod van de echtgenoot om onder ede te verklaren werd afgewezen vanwege belangenverstrengeling. Het beroep is daarom ongegrond verklaard en het college hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het beroep tegen het parkeerbesluit is niet-ontvankelijk verklaard wegens te late indiening van het beroepschrift.