ECLI:NL:RVS:2026:3791
Raad van State
- Hoger beroep
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens onvoldoende onderzoek risico vervolging
Appellant heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke op 7 december 2022 door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid is afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond op 6 oktober 2023. Appellant stelde hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling oordeelt dat uit de landeninformatie over Iran geen eenduidig beeld volgt over de situatie van afvalligen en atheïsten, ook niet voor vreemdelingen die hun overtuigingen terughoudend uiten. De minister kan zich daarom niet zonder nader onderzoek op het standpunt stellen dat er geen gegronde vrees voor vervolging bestaat. Het betoog van appellant over het risico dat hij loopt door zijn afvalligheid bij terugkeer naar Iran, slaagt.
De Afdeling verklaart het hoger beroep gegrond, vernietigt de uitspraak van de rechtbank en het besluit van 7 december 2022. De minister moet een nieuw besluit nemen rekening houdend met de actuele feiten en omstandigheden. Verder is het niet nodig om andere door appellant aangevoerde punten te bespreken. Prejudiciële vragen worden niet gesteld. De minister wordt veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van appellant.
Uitkomst: Het besluit tot afwijzing van de asielaanvraag wordt vernietigd en de minister moet een nieuw besluit nemen rekening houdend met het risico op vervolging wegens afvalligheid.