ECLI:NL:RVS:2026:3802

Raad van State

Datum uitspraak
1 juli 2026
Publicatiedatum
1 juli 2026
Zaaknummer
202404051/1/R3
Instantie
Raad van State
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • G.T.J.M. Jurgens
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 4.6 Invoeringswet OmgevingswetWet ruimtelijke ordening
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ongegrond beroep tegen bestemmingsplan Kamerverhuur gemeente Alphen aan den Rijn

De raad van de gemeente Alphen aan den Rijn stelde op 30 mei 2024 het bestemmingsplan Kamerverhuur vast, dat onder meer de woonbestemming op diverse locaties aanpast om kamerverhuur en andere woonvormen dan één huishouden per woning te beperken. Holland Steen, eigenaar van een perceel in Zwammerdam, stelde beroep in tegen deze planregeling omdat zij haar woning wilde verbouwen tot 7 appartementen, wat volgens het oude bestemmingsplan Limes bij recht was toegestaan.

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelt dat het beroep ongegrond is. De planregeling is een redelijke uitoefening van de beleidsruimte van de raad om een goede ruimtelijke ordening te waarborgen. De regeling bevat een mogelijkheid om met een omgevingsvergunning tijdelijk af te wijken van het verbod op kamerverhuur, waarbij toetsing plaatsvindt aan het gemeentelijk beleid.

Holland Steen heeft inmiddels een omgevingsvergunning gekregen voor de verbouwing en is gestart met de werkzaamheden. De Afdeling benadrukt dat aan een bestemmingsplan geen blijvende rechten kunnen worden ontleend en dat de raad de belangen zorgvuldig heeft afgewogen. De beperking van de gebruiksmogelijkheden is niet onevenredig en het beroep wordt daarom verworpen.

Uitkomst: Het beroep van Holland Steen tegen het bestemmingsplan Kamerverhuur wordt ongegrond verklaard en de planregeling blijft van kracht.

Uitspraak

202404051/1/R3.
Datum uitspraak: 1 juli 2026
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak in het geding tussen:
Holland Steen B.V., gevestigd in Hillegom,
appellante,
en
de raad van de gemeente Alphen aan den Rijn,
verweerder.
Procesverloop
Bij besluit van 30 mei 2024 heeft de raad het bestemmingsplan "Kamerverhuur" vastgesteld.
Tegen dit besluit heeft Holland Steen beroep ingesteld.
De raad heeft een verweerschrift ingediend.
De Afdeling heeft de zaak op een zitting behandeld op 22 juni 2026, waar Holland Steen, vertegenwoordigd door [gemachtigde], via een videoverbinding, is verschenen.
Overwegingen
Overgangsrecht
1.       Op 1 januari 2024 zijn de Omgevingswet en de Invoeringswet Omgevingswet in werking getreden. Op grond van artikel 4.6, derde lid, van de Invoeringswet Omgevingswet blijft op een beroep tegen een besluit tot vaststelling van een bestemmingsplan waarvan het ontwerp vóór het tijdstip van inwerkingtreding van de Omgevingswet ter inzage is gelegd het recht zoals dat gold onmiddellijk vóór dat tijdstip van toepassing tot het bestemmingsplan onherroepelijk is.
Het ontwerpplan is op 28 december 2023 ter inzage gelegd. Dat betekent dat op deze beroepsprocedure het recht, waaronder de Wet ruimtelijke ordening, zoals dat gold vóór 1 januari 2024 van toepassing blijft.
Aanleiding
2.       Het plan voorziet in een aanpassing van de geldende bestemmingsplannen voor een aantal locaties in Zwammerdam, Hazerswoude-Dorp en Aarlanderveen (een zogenoemd paraplubestemmingsplan). Aan artikel 3 van Pro de planregels worden de begrippen "Kamerverhuur", "Huishouden" en "Wonen" toegevoegd en in artikel 5.1 van de planregels is een aanvulling van het gebruiksverbod opgenomen, zodat de regeling in overeenstemming is met de planologische regelgeving die elders in de gemeente geldt. Het oogmerk van de raad is om hiermee te voorkomen dat een woonbestemming op deze locaties, zonder nadere planologische beoordeling, kan worden gebruikt voor andere vormen van wonen dan de huisvesting van één huishouden per woning, zoals kamerbewoning onder andere door studenten of arbeidsmigranten. In artikel 5.2 van de planregels is voorzien in een bevoegdheid om met een omgevingsvergunning (tijdelijk) af te wijken van het verbod op kamerverhuur/woningsplitsing, waarbij wordt getoetst aan het beleid 'Nadere regels tijdelijk wonen 2021 Alphen aan den Rijn', of diens rechtsopvolger.
Holland Steen is eigenaar van het perceel Akerboomseweg 17 in Zwammerdam waarvoor het plan eveneens voorziet in de voornoemde aanpassing van de op grond van het geldende bestemmingsplan "Limes" aan dat perceel toegekende bestemming "Wonen". Holland Steen wenst de woning Akerboomseweg 17 te verbouwen om te worden gebruikt voor 7 appartementen, wat volgens het plan "Limes" bij recht was toegestaan.
Toetsingskader
3.       Bij de vaststelling van een bestemmingsplan moet de raad bestemmingen aanwijzen en regels geven die de raad uit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening nodig acht. De raad heeft daarbij beleidsruimte en moet de betrokken belangen afwegen. De Afdeling oordeelt niet zelf of het plan in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening. De Afdeling beoordeelt aan de hand van de beroepsgronden of het besluit tot vaststelling van het bestemmingsplan in overeenstemming is met het recht. Daarbij kan aan de orde komen of de nadelige gevolgen van het plan onevenredig zijn in verhouding tot de met het plan te dienen doelen.
Beoordeling van het beroep
4.       Het beroepschrift is als pro forma beroep ingediend en bevat in zeer beperkte mate beroepsgronden tegen de met het plan voorziene nadere regeling van de bestemming "Wonen" en de beperking van bewoningsvormen. Holland Steen stelt dat met deze regeling de bouw- en gebruiksmogelijkheden van het op het perceel aanwezige pand onredelijk worden beperkt, althans dat de raad in redelijkheid niet tot dit besluit had mogen komen. Daartoe in de gelegenheid gesteld heeft Holland Steen als aanvulling van deze beroepsgronden alleen gewezen op het overleg met het college van burgemeester en wethouders van Alphen aan den Rijn (hierna: college) om een omgevingsvergunning te verkrijgen voor het verbouwen van de woning Akerboomseweg 17 tot 7 appartementen. Afhankelijk van vergunningverlening zal zij haar beroep al dan niet intrekken, aldus Holland Steen in haar aanvulling.
Uit informatie van het college is gebleken dat op 7 april 2025 de door Holland Steen gevraagde omgevingsvergunning voor het verbouwen van de woning Akerboomseweg 17 tot 7 appartementen op grond van artikel 5.2 van de planregels is verleend. Tegen deze omgevingsvergunning is door een omwonende bezwaar gemaakt. Niet is gebleken dat het college inmiddels een besluit op dit bezwaar heeft genomen. Holland Steen wenst hierom een uitspraak op haar beroep tegen het voorliggende plan en de daarin opgenomen planregeling, op grond waarvan voor de verbouwing van het pand tot appartementen een omgevingsvergunning voor het afwijken van het plan is vereist. Vast is komen te staan dat de voor het perceel verleende omgevingsvergunning in werking is getreden en dat Holland Steen sinds 30 maart 2026 met de werkzaamheden is gestart.
4.1.    In het algemeen kunnen aan een geldend bestemmingsplan geen blijvende rechten worden ontleend. De raad kan op grond van gewijzigde planologische inzichten en na afweging van alle betrokken belangen andere bestemmingen en regels voor gronden vaststellen. Hieruit volgt dat Holland Steen geen aanspraak kan maken op het zonder verdere beperking gebruiken van de woonbestemming op het perceel, voor andere vormen van wonen dan de huisvesting van één huishouden per woning, zoals het vorige bestemmingsplan toestond.
Onder 2.3 van de plantoelichting heeft de raad uitgebreid toegelicht wat de aanleiding en het doel zijn van de met het plan voorziene nadere regeling van de bestemming "Wonen" en de nadere beperking van andere bewoningsvormen dan door één afzonderlijk huishouden. Ook is daarbij duidelijk gemaakt dat eenzelfde regeling standaard is opgenomen in de bestemmingsplannen voor alle andere gebieden in de gemeente. Gelet op de impact die andere woonvormen kunnen hebben op de omgeving, bijvoorbeeld door een toename van het aantal bewoners of een toename van de parkeerbehoefte, acht de raad het wenselijk om initiatieven voor bijzondere woonvormen per initiatief te beoordelen en deze pas toe te laten als is gebleken dat het initiatief aanvaardbaar is uit een oogpunt van een goede ruimtelijke ordening. Voor deze beoordeling heeft de raad in artikel 5.2 van de planregels voorzien in een regeling dat met een omgevingsvergunning (tijdelijk) het verbod op kamerverhuur/woningsplitsing kan worden doorbroken, waarbij wordt getoetst aan het beleid 'Nadere regels tijdelijk wonen 2021 Alphen aan den Rijn', of diens rechtsopvolger.
4.2.    In wat Holland Steen heeft betoogd ziet de Afdeling geen aanknopingspunten voor het oordeel dat de raad deze planregeling uit een oogpunt van een goede ruimtelijke ordening niet heeft kunnen vaststellen. Nu voorzien is in een mogelijkheid om met een te verlenen omgevingsvergunning op het verbod op kamerverhuur/woningsplitsing een uitzondering toe te staan, is voldoende rekening gehouden met de belangen van de eigenaren van de betrokken woningen, waaronder dat van Holland Steen. Het vereiste van een omgevingsvergunning is voor Holland Steen niet zodanig onevenredig in verhouding tot de met het plan te dienen doelen, dat de raad een dergelijke regeling niet had mogen opnemen. Ook is niet gebleken dat deze planregeling voor Holland Steen een beperking van de verbouwmogelijkheden betekent.
Het betoog slaagt niet.
Conclusie
5.       Het beroep is ongegrond.
6.       De raad hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
verklaart het beroep ongegrond.
Aldus vastgesteld door mr. G.T.J.M. Jurgens, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. P. Plambeck, griffier.
w.g. Jurgens
lid van de enkelvoudige kamer
w.g. Plambeck
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 1 juli 2026
159