ECLI:NL:RVS:2026:3808
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- G.O. van Veldhuizen
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen spoedeisende bestuursdwang voor verkeerd aanbieden huishoudelijk afval
Het college van burgemeester en wethouders van Groningen heeft op 24 december 2025 schriftelijk bevestigd dat op 22 december 2025 spoedeisende bestuursdwang is toegepast wegens het verkeerd aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen naast een ondergrondse container. De afvalzak met papierafval bevatte een brievenbuspakketje met de naam en adresgegevens van appellante, waardoor het college aannam dat zij de overtreder was. Appellante betoogde dat haar gemachtigde de afvalzak wilde weggooien en dat de zak mogelijk door een derde uit de gemeenschappelijke hal is geplaatst.
Het college handhaafde het besluit en stelde dat het bewijsvermoeden niet was weerlegd omdat appellante onvoldoende concreet en objectief had onderbouwd dat een derde de afvalzak had verplaatst. De Raad van State oordeelde dat het college terecht aannam dat de afvalzak in de machtssfeer van appellante bleef, ook al was zij niet zelf degene die de zak buiten plaatste. Het risico dat een derde de zak verplaatste, behoort tot haar verantwoordelijkheid als bewoner.
Verder vond de Afdeling dat het college niet verplicht was nader onderzoek te doen naar de verplaatsing door derden, omdat appellante dit niet met concrete gegevens had onderbouwd. De hoogte van de kosten van € 212,10 werd als redelijk beoordeeld op basis van de beleidsregels. Het beroep werd ongegrond verklaard en het college hoefde geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit tot spoedeisende bestuursdwang wegens verkeerd aanbieden van afval wordt ongegrond verklaard.