ECLI:NL:RVS:2026:3811
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen intrekking containerlocatie in Rotterdam
Het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam heeft bij besluit van 14 juli 2025 de containerlocaties met nummers 1000, 1001 en 1002 in de Bilderdijkstraat, waaronder de locatie nabij huisnummer 196, ingetrokken. Appellant, wonende nabij deze locatie, maakte bezwaar tegen het verwijderen van de containers en stelde beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling heeft het beroep behandeld en beoordeeld of het college het besluit zorgvuldig heeft voorbereid en of de intrekking van de containerlocatie onevenredig nadelige gevolgen heeft voor appellant. Het college heeft de locatiekeuze gebaseerd op beleidsdocumenten en hanteert een brengafstand van circa 100 tot 125 meter voor ondergrondse restafvalcontainers (ORAC’s). De Afdeling oordeelt dat de afstand tot de vervangende ORAC’s binnen deze norm blijft en dat het college geen reden had om de locatie te behouden.
Verder is geoordeeld dat het college niet verplicht was appellant voorafgaand aan het besluit te consulteren, omdat een uitgebreide voorbereidingsprocedure met mogelijkheid tot zienswijze is gevolgd. Ook de klachten over bereikbaarheid en gebruiksgemak van de ORAC’s zijn niet relevant voor de beoordeling van het intrekkingsbesluit. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en het college hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit tot intrekking van de containerlocatie nabij huisnummer 196 wordt ongegrond verklaard.