ECLI:NL:RVS:2026:3833
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens onvoldoende onderzoek risico vervolging
Appellant heeft bij besluit van 12 augustus 2025 een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de minister van Asiel en Migratie is afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond bij uitspraak van 16 december 2025. Appellant stelde hiertegen hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling oordeelt dat uit de landeninformatie over Iran geen eenduidig beeld volgt over de situatie van afvalligen en atheïsten, ook niet voor vreemdelingen die hun overtuigingen terughoudend uiten. De minister had daarom niet zonder nader onderzoek mogen aannemen dat appellant geen gegronde vrees voor vervolging heeft. De rechtbank heeft dit niet onderkend, waardoor het betoog van appellant slaagt.
De Afdeling verklaart het hoger beroep gegrond, vernietigt de uitspraak van de rechtbank en het besluit van de minister. De minister dient een nieuw besluit te nemen waarbij rekening wordt gehouden met de actuele feiten en omstandigheden. Verder is het niet nodig om andere door appellant aangevoerde gronden te bespreken. De Afdeling veroordeelt de minister tot vergoeding van de proceskosten van appellant.
Uitkomst: Het besluit van de minister tot afwijzing van de verblijfsvergunning asiel wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor een nieuw besluit.