ECLI:NL:RVS:2026:3837
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- M.J.M. Ristra-Peeters
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen niet in behandeling nemen verblijfsvergunning asiel
Verzoeker heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de minister van Asiel en Migratie bij besluit van 2 april 2026 niet in behandeling is genomen. Verzoeker heeft hiertegen beroep ingesteld bij de rechtbank Den Haag, die op 26 mei 2026 het beroep gegrond verklaarde, het besluit vernietigde, maar de rechtsgevolgen van het besluit in stand liet.
Tegen deze uitspraak is hoger beroep ingesteld door verzoeker. Tijdens de procedure verzocht verzoeker de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen, zodat zij niet zou worden overgedragen voordat op het hoger beroep is beslist en om opvang en verstrekkingen te ontvangen.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het hoger beroep nader onderzoek vergt en dat de voorlopige voorziening passend is. Daarom werd bepaald dat verzoeker niet wordt uitgezet totdat op het hoger beroep is beslist. Tevens werd de minister veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van verzoeker, een bedrag van € 934,00, toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
De uitspraak werd gedaan op 1 juli 2026 door voorzieningenrechter M.J.M. Ristra-Peeters van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Verzoeker wordt niet uitgezet totdat op het hoger beroep is beslist en de minister wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.