ECLI:NL:RVS:2026:3842
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- C.J. Borman
- M. Soffers
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens onvoldoende motivering risico terugkeer Somalië
Appellant, met de Somalische nationaliteit, vroeg asiel aan uit vrees voor vervolging door Al-Shabaab vanwege een beschuldiging van overspel. De minister wees de aanvraag af omdat appellant volgens hem niet aannemelijk had gemaakt dat zij een reëel risico liep op een behandeling in strijd met artikel 3 EVRM Pro bij terugkeer naar Somalië.
De rechtbank bevestigde dit standpunt, stellende dat appellant zich aan de oproep van Al-Shabaab kon onttrekken en dat er geen bewijs was dat zij gedwongen zou worden voor de islamitische rechtbank te verschijnen. De rechtbank vond de vrees voor steniging gebaseerd op aannames en niet op voldoende bewijs.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde echter dat de minister het besluit ondeugdelijk had gemotiveerd. De Afdeling stelde dat de minister onvoldoende rekening had gehouden met landeninformatie over de strikte en brute rechtspraak van Al-Shabaab, de mogelijkheid dat Al-Shabaab ook buiten haar controlegebied lijfstraffen uitvoert, en het verhoogde risico voor appellant als lid van een etnische minderheid.
De Afdeling vernietigde daarom het besluit en de uitspraak van de rechtbank en beval de minister een nieuw besluit te nemen, waarbij alle relevante feiten en omstandigheden in acht moeten worden genomen. Tevens werd de minister veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van appellant.
Uitkomst: Het besluit van de minister tot afwijzing van de asielaanvraag wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering van het risico op schending van artikel 3 EVRM bij terugkeer naar Somalië.